Methodiek ... projectomschrijving : Fitte School: Hoe begin je eraan?
4. Een geïntegreerd voedings- en bewegingsbeleid op school: met wie?
Er zijn heel wat mensen betrokken bij het voedings- en bewegingsbeleid op school. Naast het schoolteam en de leerlingen is ook de betrokkenheid van ouders en externe partners essentieel voor het welslagen van een schoolwerking rond voeding en beweging.
Schema: Betrokkenen voor de werking rond voeding en beweging in de school
|
Klas |
School |
Schoolomgeving |
|
Leerlingen Leraren |
Directie en coördinatoren Lerarencorps Keukenpersoneel Technisch en onderhoudspersoneel Administratief personeel |
Ouders CLB-medewerker Pedagogisch begeleider Externe organisaties: Logo, SVS, mutualiteit, diëtist, sportclub, … |
Voor het uitbouwen van het voedings- en bewegingsbeleid is een regelmatige communicatie met al deze betrokkenen belangrijk. Het uitwerken, aanspreken of activeren van al dan niet bestaande communicatie-, overleg- en participatiestructuren en het uittekenen van een taakverdeling met doorgesproken engagementen zijn hiertoe het middel.
De steun van de directie is voor deze aspecten onmisbaar. Wil de school effectief werken aan een geïntegreerd voedings- en bewegingsbeleid dan dient de directie dit te faciliteren door hiervoor bevoegdheden en ruimte te voorzien binnen de schoolwerking.
4.1. Schoolteam
Onder het schoolteam verstaan we zowel alle leraren als de directie, het middenkader en alle andere personeelsleden zoals onderhoudspersoneel, keukenpersoneel, administratief personeel, …
Het schoolteam moet overtuigd zijn van het belang om als school te werken aan gezondheid en de prominente plaats die de thema’s voeding en beweging hierin hebben. Daarnaast dienen de personeelsleden in te zien dat een geïntegreerd voedings- en bewegingsbeleid op school geen zaak is van bepaalde functies (bv. leraar L.O., huishoudkunde, keukenpersoneel, …), maar een opdracht is voor elkeen, weliswaar met een verschillend engagement en inbreng.
Bovenstaande visie mag binnen het team niet als een evidentie worden beschouwd. Het sensibiliseren van het schoolteam en de personeelsleden is een belangrijk aandachtspunt. Daarnaast hebben leraren en andere personeelsleden, zowel in het basisonderwijs als in het secundair onderwijs, individueel een voorbeeldfunctie voor de leerlingen. Het is dus belangrijk dat ook de individuele leraar en personeelslid een positieve houding hebben ten aanzien van het voedings- en bewegingsbeleid op school en bij voorkeur hierin ook hun specifieke bijdrage zien en actief invullen. In praktijk dienen we binnen het schoolteam minimaal tot de afspraak te komen dat de gezamenlijk gemaakte afspraken door elk worden opgevolgd en dat geen tegenstrijdige communicatie wordt gegeven.
Om de betrokkenheid van het schoolteam te bewerkstelligen kan vertrokken worden vanuit 3 aspecten:
- De school als werkplek: de gezondheidswerking op school dient niet enkel gericht te zijn op de leerling, maar ook op het personeelslid. Leraren en anderen zullen pas overtuigd zijn van het belang van voeding en beweging in de schoolwerking, wanneer ze dit ook zelf kunnen ervaren en hiervan ook voordelen ondervinden.
- Sensibiliserende activiteiten: binnen het proces van duurzaam gedragsbehoud of –verandering is de bewustwording van eigen gedrag en noodzaak van verandering een vereiste. Positieve gezondheidsacties voor het personeel kunnen hiertoe bijdragen.
- Nascholing: binnen het schoolteam dient expertise opgebouwd te worden. Deskundigheid kan onder andere in het team gebracht worden door nascholing voor één of meer personeelsleden.
Voorbeelden van sensibiliserende activiteiten voor het schoolteam:
|
Binnen het schoolteam wordt een structureel werkkader uitgebouwd voor de werking rond voeding en beweging. Naast het genereren van betrokkenheid binnen het team, dient dit ook te gebeuren in functie van haalbaarheid en werkdruk. Elementen voor een efficiënte structuur zijn:
- Het aanstellen van een ‘gezicht’, een coördinator, een aanspreekpunt voor het voedings- en bewegingsbeleid op school. Deze trekker is bij voorkeur een leraar met schoolopdracht. In kleinere scholen is dit moeilijk en neemt de directie meestal deze taak zelf op zich. Deze persoon heeft de opdracht de werking in de school rond voeding en beweging op elkaar af te stemmen en te coördineren.
- Een werkgroep met hierin minimaal: een tweetal leraren (algemene vakken, praktijkvakken, L.O., …), de zorgcoördinator/interne begeleider zorg, een directielid en de CLB-contactpersoon. Bij voorkeur wordt deze werkgroep aangevuld met de preventieadviseur, een evt. interne GOK-begeleider en een personeelslid van technisch of keukenpersoneel.
- Formele steun van de directie via het expliciteren tav team, leerlingen en ouders van het mandaat dat coördinator en werkgroep krijgen. Ook dient binnen de school nagegaan te worden of een engagement kan genomen worden in de vorm van budgettaire ruimte, een gedeeltelijke vrijstelling voor de coördinator, vergadertijd, …
- Beschikken over communicatiekana(a)l(en) naar het volledige schoolteam toe. Om ervoor te zorgen dat alle personeelsleden achter de idee staan, moeten ze niet enkel regelmatig op de hoogte gebracht worden van het verloop van het geïntegreerd voedings- en bewegingsbeleid, maar dient het team in zijn geheel ook inspraak te hebben in dit beleid. Het hangt van de schoolorganisatie en -cultuur af hoe dit concreet gerealiseerd wordt. Zo kunnen er regelmatige feedback- en inspraakmomenten voorzien worden tijdens de personeelsvergadering of kan er via een nieuwsbrief naar het personeel gewerkt worden.
4.2. Ouders
Ouders betrekken bij het uitwerken van een geïntegreerd voedings- en bewegingsbeleid is niet altijd een evidente zaak, maar wel noodzakelijk in zowel basis- als secundaire school. Wil de school uit haar voedings- en bewegingswerking een duurzaam en groot rendement halen dan is het noodzakelijk dat er overeenstemming en linken worden gezocht met het thuismilieu, dat een zeer grote invloed heeft op het voedings- en bewegingsgedrag van het kind of de jongere. Binnen deze communicatie kan belang gehecht worden aan:
- de ouders op de hoogte te houden van het verloop van de schoolwerking en evt. afspraken;
- inspraak te geven in het schoolbeleid;
zodat het ‘ownership’ bij ouders wordt gestimuleerd en afstemming tussen school- en thuismilieu mogelijk is.
Ouders zijn niet altijd voldoende op de hoogte van wat gezond is en waarom dit belangrijk is. En ook de rol en mogelijkheden van de school omtrent voeding en beweging wordt door hen soms verkeerd gepercipieerd. Om ouders te sensibiliseren is – net zoals bij het schoolteam – het (samen) organiseren van positieve gezondheidsacties van belang.
|
Voorbeelden van sensibiliserende activiteiten voor ouders
|
Binnen het structureel kader voor de werking rond voeding en beweging op school dient gezocht te worden naar een geschikte werkwijze voor de ouderparticipatie.
Naast het regelmatig agenderen van het voedings- en bewegingsbeleid binnen de ouderraad of oudervereniging, het organiseren van mailings of opnemen in nieuwsbrieven, dient er ook rechtstreeks inspraak te zijn in de werkgroep van de school (zie hierboven).
Praktisch is het vaak niet haalbaar om vertegenwoordigers van ouders rechtstreeks aan de werkgroep op school te laten participeren en ook rond de representativiteit van een dergelijke vertegenwoordiging kunnen vragen gesteld worden. In praktijk blijkt het organiseren van (een) inspraakmoment(en) tussen ouders en de leden van de werkgroep op school wel te werken.
|
Voorbeeld van actieve ouderparticipatie op school: Een directeur getuigt: “Als middelgrote secundaire school (ca. 550 lln) met een aanbod van specifieke TSO- en BSO-studierichtingen werven we leerlingen uit de wijde omtrek. Op onze vraag aan ouders om op school aan werkgroepen te participeren kregen we weinig respons, enkele uitzonderingen (steeds dezelfden) niet te na gesproken.
Vorig schooljaar ging bij ons een werkgroep gezondheid van start met leden van het schoolteam, directie en de CLB-medewerker. Er werd gestart met een inventarisatie van de bestaande werking rond voeding en beweging. Op basis daarvan selecteerde de werkgroep 4 subthema’s (aanbod in automaten op school; achteruitgand schoolmaaltijden en reftergebruik; actief transport bij schoolactiviteiten; bewegingsprogramma’s ifv jongeren met overgewicht) met bijhorende aandachtspunten en een aantal prioritaire werkpunten.
Op de jaarlijkse nieuwjaarsreceptie van de oudervereniging, waarop traditioneel een 80-tal ouders aanwezig zijn, heeft de coördinator van de werkgroep een voordracht van een kwartiertje gegeven over het gezondheidsbeleid op school, het proces dat de werkgroep liep en het belang van ouderparticipatie in dit proces. Nadat de 4 subthema’s, aandachtpunten en werkpunten werden voorgesteld werd de groep ouders onderverdeeld in 4 werkgroepjes die elk begeleid werden door een lid van de werkgroep. Aan de ouders werd gevraagd:
In de werkgroepen ontsponnen zich levendige discussies waarin door de band de grote lijnen van de werkgroep werden gevolgd, maar ouders een duidelijke meerwaarde gaven door onderbelichte facetten naar voor te brengen. Zo werd in de werkgroep ‘actief transport tijdens de schooluren’ gewezen op het veiligheidsaspect wat betreft diefstal van fietsen en het feit dat niet elke leerling over een fiets beschikt. Binnen de werkgroep ‘bewegingsprogramma’s ifv jongeren met overgewicht’ wilden ouders garanties dat de jongeren door de acties op geen enkele wijze zouden gestigmatiseerd worden.
In de werkgroep ‘schoolmaaltijden en reftergebruik’ verliep de discussie enigszins anders. Vanuit de werkgroep op school waren de kwaliteit van de warme schoolmaaltijden, het ontbreken van een broodjesaanbod en het gebrek aan gezelligheid in de refter aangegeven als prioritaire aandachtspunten. Nadat één van de ouders schoorvoetend had bekend dat haar kind niet meer in de refter wou eten omdat het er regelmatig gepest werd door oudere leerlingen, kwam er een vloed aan verhalen over de eigen of andere kinderen die tijdens de middagpauze in de refter ‘aangepakt’ werden door ouderjaars.
De ouders concludeerden dat niet de kwaliteit van de maaltijden, noch het aanbod of de inrichting van de refter hiervan aan de oorzaak lagen, maar wel de gebrekkige organisatie van het reftertoezicht. Onder begeleiding van de aanwezige leraar breidden de ouders dit aandachtspunt uit met de noodzaak aan extra educatieve activiteiten ikv pestpreventie en werd dit gelinkt aan het pestbeleid. Resultaat: Na een klein half uur discussie in de werkgroepen waren de voorstellen van de werkgroep afgetoetst bij een representatief deel van de ouders, door hen erkend, aangevuld en in een aantal gevallen bijgestuurd.” |
4.3. Leerlingen
Een effectief gezondheidsbeleid op school veronderstelt een actieve leerlingenparticipatie. Binnen de gezondheidsbevordering is het betrekken van de doelgroep van je activiteiten immers een fundamentele voorwaarde om te komen tot duurzame effecten: willen we de leerlingen aanzetten tot gezond gedrag, dan moeten we hen hierbij betrekken en inspraak geven.
Naast formele en informele inspraak mogelijkheden in de werking rond voeding en beweging op school, kunnen we hen betrekken bij het uitbouwen van acties (bv.: de leerlingen organiseren een schoolwinkeltje met evenwichtig aanbod van tussendoortjes), zo zorg je ervoor dat je project een grotere draagkracht heeft. Een stap verder kan zijn om de verantwoordelijkheid en aansturing van voedings- en bewegingsactiviteiten te leggen bij de leerlingen. Zo kunnen kinderen in de basisschool zelf een project uitwerken rond bv. een verdeling van fruit of kan men in het secundair onderwijs de leerlingen naschoolse sportactiviteiten laten organiseren.
Wat betreft de organisatie van inspraak in het voedings- en bewegingsbeleid op school is het belangrijk dat ook rechtstreeks inspraak is in het proces en de werking van de werkgroep van de school (zie hierboven). Praktisch is het vaak niet aangewezen of haalbaar om een representatieve vertegenwoordiging van leerlingen rechtstreeks aan de werkgroep op school te laten participeren. In praktijk blijkt het organiseren van (een) inspraakmoment(en) tussen leerlingen en de leden van de werkgroep op school wel te werken.
Net zoals bij het schoolteam en de ouders moeten we binnen het specifiek kader van de school zoeken naar een geschikte werkwijze voor de leerlingenparticipatie.
Zo kan gekozen worden voor participatievormen zoals:
- Een enquête onder de leerlingen rond bv. het voedingsaanbod en de bewegingsmogelijkheden op school.
- De organisatie van een leerlingenconferentie rond de gezondheidsthema’s
- Een (vast) agendapunt op de leerlingenraad waarop leden van de werkgroep worden uitgenodigd.
- Klasgesprekken onder begeleiding van leden van de werkgroep
- …
4.4. Externe partners
Bij het opzetten van acties kunnen heel wat externe partners betrokken worden voor ondersteuning van de school. De school kan beroep doen op deze partners voor diverse vormen van ondersteuning, zoals:
- Procesbegeleiding van de coördinator of de werkgroep bij de uitwerking van activiteiten en de ontwikkeling van een beleid.
- Afstemmen van de thema werking rond voeding en beweging binnen de bredere schoolwerking en bv. gelinkt aan het programma van de verschillende vakken en leerjaren.
- Helpen opzetten en uitwerken van projecten en klasoverstijgende schoolactiviteiten (bv. opendeurdag).
- De schoolwerking afstemmen op de wijk en samenwerken rond buurtgerichte activiteiten.
- Voorstellen en ter beschikking stellen van didactische materialen.
- Advies op maat van de school omtrent behoeftes, prioriteiten en haalbaarheid.
- Geven van (gast)lessen.
- …
Voor de ontwikkeling van een geïntegreerd voedings- en bewegingsbeleid kan beroep worden gedaan op:
- Het CLB werkt schoolondersteunend voor wat betreft de uitbouw van een gezondheidsbeleid. Bij de CLB-contactpersoon kan je terecht voor advies rond de gezondheidsthema’s, concrete materialen en het proces van de uitbouw van een beleidsmatige voedings- en bewegingswerking op school. Naast occasionele adviezen, is het aangewezen dat de school de CLB-contactpersoon uitnodigt om lid te zijn van de werkgroep gezondheid op school. De CLB’er kan zo het proces op school opvolgen en ook zelf initiatieven voorstellen. De school heeft zo een externe consultant met specifieke expertises in zijn werkgroep.
- De pedagogisch begeleiders kunnen sterk ondersteunend werken door de uitbouw van een geïntegreerd voedings- en bewegingsbeleid te plaatsen binnen de bredere schoolwerking en de mogelijkheden en linken te leggen met de verschillende leergebieden. Ook wat betreft beleidsinstrumenten en educatieve materialen kunnen ze advies geven.
- De provinciale secretariaten en lokale werking van SVS geeft de school advies over de weg naar een fitte school door aanbevelingen voor acties en de uitwerking van een beleid rond het thema beweging. Ze hebben ook een concreet aanbod van activiteiten waaraan de school kan participeren.
- Het Lokaal Gezondheidsoverleg (LOGO) in je regio heeft niet enkel een concreet aanbod van materialen, projecten en activiteiten, ze kunnen ook advies verlenen omtrent de thematiek voeding en rond de uitbouw van een thematisch beleid op school.
- Afhankelijk van de acties die je met de school plant kan er ook samengewerkt worden met gemeentebesturen, het buurtwerk, lokale handelaars, een zelfstandig diëtist of bewegingsconsulent, lokale media,
Terug naar overzicht / vorige pagina / volgende pagina

